
UNDER THE RED CLOUD
Ik had mezelf nog zo beloofd om het deze keer rustig aan te doen. Gewoon één album luisteren, kijken of het wat is, en door. Maar ja… net als bij eerdere ontdekkingen in de zware metalen ging ik uit nieuwsgierigheid verder spitten. En nu dwaal ik met nul gevoel voor richting, alweer kriskras door Amorphis-land.
Het begon allemaal heel onschuldig met Borderland. En voor ik het wist zat ik weer tot mijn oren in een voor mij hele vreemde discografie. De grootste schuldige: Tomi Joutsen. De man brult alsof hij een vulkaan toespreekt, maar op de een of andere manier werkt het voor mij nu wel en dat is een zeldzaamheid in metalland.
De band zelf doet er nog een schepje bovenop: strak spel, mooi geluid, melodieën waar je u tegen zegt. Maar net als bij Opeth en Katatonia weet ik nu al dat niet elk album zal bekoren. Het is ook een wereld waar je doorheen dwaalt, niet eentje die je even snel afvinkt. En het is nogal een flinke bak muziek. Ik ben waarschijnlijk weer maanden – misschien jaren – verder voordat ik weet welke Amorphis-plaat gezellig naast Borderland in de kast mag komen wonen.
Bovendien: voor een niet-fanatieke metalliefhebber is één Amorphis per dag, nee… liever per week, eigenlijk al genoeg takkeherrie om de buren te laten twijfelen over mijn mentale gesteldheid.
Maar goed, de kop is eraf. Want zonder enige waarschuwing vooraf gooit Under the Red Cloud nu ineens ook hoge ogen.
Ik ben alweer benieuwd naar de volgende Amorphis.


HALO
“Ha, daar ben je eindelijk! Ga zitten, we hebben verhalen voor je.” Tomi Joutsen klonk gemoedelijk, terwijl hij de deur naar een andere wereld openzette. Het licht dat plotseling naar binnen viel, werd dan ook totaal anders. Alsof er ergens buiten een duistere sage ontwaakte. De oude, houten stoel kraakte vervaarlijk. Maar het gerinkel van de theekopjes gaf al snel een vertrouwd en veilig gevoel. En Amorphis zag dat het goed was.
Het verhaal begon met de laatste telg Borderland, maar toen kwam Under the Red Cloud voorbij en voor je het weet zit je gevangen in een muzikale ‘wormhole’ waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt. Zo zat ik binnen een uur als een verongelijkte archeoloog ijverig te graven tussen flinke hoeveelheden melancholie en bergen krachtpatserij. Deze muzikale klei is weliswaar – zo nu en dan – iets te veel van het goede voor deze metalamateur, maar het mengsel is gelukkig niet log. De songs zijn immers heel melodieus en er zit voldoende dynamiek en variatie in. Dat helpt enorm. Bovendien heeft Amorphis een fantastische zanger aan boord, die moeiteloos schakelt tussen het geluid van een woeste krijger en dat van een verlichte ziel.
Maar eigenlijk is het nog veel te vroeg om iets zinnigs over dit album te schrijven. Het feest is immers nog maar net begonnen. Behalve dan dat Amorphis geheid met een paar van hun meest geliefde albums – minstens vijf of zes – op het alsmaar groeiende stapeltje zware gitaren terechtkomt.
Een stapeltje dat inmiddels meer weg heeft van een klein heiligdom tussen de wortels van de wereldboom.

QUEEN OF TIME
Queen of Time staart je aan als een vergeten relikwie dat je niet alleen wilt vasthouden, maar zelfs pontificaal aan de muur zou willen hangen. Als een portaal naar een andere wereld die nog maar pas geleden is ontstaan ten tijde van Borderland. Maar de muziek is natuurlijk veel rijker dan het beeld dat haar draagt.
Men fluistert dat Amorphis ooit begon als een rauwe deathmetalband in het grijze Helsinki van de vroege jaren ’90. Wie goed luistert, hoort echter dat hun wortels veel dieper reiken. Door de jaren heen evolueerde hun geluid van deathmetal naar een hybride stijl waarin progressieve structuren, folkelementen en melodische deathmetal samenkomen. Sindsdien beweegt de muziek zich tussen ingetogen, spirituele passages en krachtige, melodieuze erupties. De band grijpt daarbij vaak terug op thema’s uit de Kalevala, het Finse nationale epos.
Queen of Time geldt dan ook als een van hun meest ambitieuze albums. Het markeert de terugkeer van bassist Olli-Pekka Laine, en voor het eerst sinds 1994 spelen de vier originele bandleden dan ook weer gezellig samen. En toen Tomi Joutsen zijn stem aan de band gaf (hij debuteerde op Eclipse uit 2006), leek de ontbrekende sleutel eindelijk te zijn gevonden. Zijn diepe grunt en zijn heldere zang klinken als twee werelden die elkaar niet bestrijden maar juist prachtig aanvullen. En zo doet de zanger van Amorphis precies wat hij altijd doet: op ieder album neemt hij de gedaante aan van een rondreizende sjamaan die in drie ‘talen’ de woeste krachten van de natuur aanspreekt. Zijn grunt is de taal van de rotsen, zijn screams zijn die van de ondoordringbare wouden, en zijn zang is die van het heldere water en de koele blauwe luchten erboven. Ik heb het vermoeden dat hij eigenlijk zelf ook een bosgeest is.
Queen of Time voelt daarom niet als een album uit 2018, maar als een artefact dat is opgegraven, bedekt met glanzende edelstenen, klei en vochtige aarde. Het is een mythisch muziektheaterstuk waarbij niet alleen de luisteraar, maar ook de tijd stil blijft staan om te luisteren. Het is een voorstelling waarin de orkestraties oplichten als symbolen uit de oudheid – waaronder de hamer van Ukko, achteloos achtergelaten door een verdwaalde Viking – en waarin folkloristische zangkoren en een lang verloren taal opnieuw tot leven willen wekken.
En dan klinkt er ook nog een tweede stem. Als twee cirkels die op het juiste moment overlappen, raken hun stemmen elkaar. Anneke van Giersbergen zingt in Amongst Stars niet naast Tomi, maar door hem heen, als een beschermengel om dit fraaie ritueel te voltooien. Deze ‘Queen of Time’ klinkt ondanks alle brute kracht bijna esoterisch, en niet in de laatste plaats door de verfijnde productie van Jens Bogren.
Maar voor dit moment leg ik de almachtige Amorphis toch even terzijde en schakel ik de dag terug naar ‘normaal’. Om de boel te laten bezinken. Het is tenslotte niet niks: drie keer een ‘nieuwe’ Amorphis beluisteren in amper drie dagen tijd.
Eén ding staat inmiddels wel vast: ik ben voorlopig nog niet klaar met de eigenzinnige bosgeesten uit Helsinki.

